Tien jaar na de Irak oorlog

In this article for Joop.nl I analysed the consequences of the Iraq invasion.
Deze week is het tien jaar geleden dat een door de Verenigde Staten geleide coalitie buiten de VN-veiligheidsraad Irak binnen viel. De invasie van de door de megalomane dictator Saddam Hoessein geleide oliestaat zou niet alleen de wereld veiliger maken, maar ook democratie verspreiden in het Midden-Oosten. Dit was althans de motivering van George W. Bush voor de noodzaak van militaire interventie.

Tien jaar later is Irak nog steeds een puinhoop, zijn de massavernietigingswapens die Saddam zou bezitten nooit gevonden en is Al Qaida in deze regio groter dan voor de invasie. Maar, stellen de neo-conservatieven zoals Arend-Jan Boekestijn krampachtig, de val van Saddam zou wel direct hebben bijgedragen aan de Arabische opstanden. Immers, het zou de Arabieren voor gehouden hebben dat haar dictators wel degelijk omver te werpen zijn.

Maar als de val van Saddam bijgedragen zou hebben aan het verzet tegen de Arabische dictaturen, waarom zou de veelbesproken ‘lente’ dan pas twee jaar oud zijn? Een antwoord op deze vraag blijven de Bush-aanhangers nog altijd schuldig.

Irak hield haar eerste verkiezingen in 2005. Een jaar later waren er vrije verkiezingen in de bezette Palestijnse gebieden. De eerste tekenen van democratie in de Arabische wereld waren dus al halverwege het vorig decennium zichtbaar zonder dat dit tot opstanden leidde in de rest van de regio. Het Tahrir-plein bleef nog jaren leeg.

Dat Westerse landen de vrije Palestijnse parlementsverkiezingen – overtuigend gewonnen door Hamas – negeerden, leidde alleen maar tot meer argwaan in de regio over de Westerse nadruk op het belang van democratie. Bij de meeste Arabieren bevestigde dit het diepgewortelde geloof dat Amerika en haar bondgenoten helemaal geen democratie willen brengen, maar alleen waarde hechten aan het controleren en onderdrukken van de regio uit eigen belang.

De Irak-oorlog bracht dan ook geen democratie naar de regio maar versterkte slechts twee reeds bestaande sentimenten: haat jegens Amerika en vooral sektarische belangen.

Binnen de soennitische minderheid in Irak, die jarenlang een voorkeurspositie genoot onder het bewind van Saddam, ontstonden gewapende milities die met regelmaat aanslagen pleegden tegen de sjiitische meerderheid. Ook Al Qaida kreeg voet aan de grond en Irak werd in plaats van een voorbeeld-democratie voor de regio een kruitvat op de rand van een burgeroorlog. Voorafgaand aan de invasie was er helemaal geen Al Qaida-aanwezigheid in Irak. Al deden de spindoctors van de neo-conservatieven – niet vies van een leugen meer of minder – wel hun best ons dit te doen geloven.

Deze ontwikkelingen zorgden ook voor militarisering van de sjiieten onder leiding van geestelijk leider Muqtada al-Sadr. Na de invasie richt hij het Mahdi-leger op ter bescherming van zijn wijk Sadr-city, een sloppenwijk waar zo’n twee miljoen arme sjiieten wonen. Deze militie heeft op haar hoogtijdagen rond 60-duizend man tot haar beschikking en vocht met regelmatig tegen zowel soennitische
terroristen als de Amerikaanse bezetter.

Dodelijk sektarisch geweld is tien jaar later nog steeds aan de orde van de dag, zoals blijkt uit de serie van aanslagen in Bagdad afgelopen dinsdag. Inmiddels heeft het sektarische geweld tienduizenden burgers het leven gekost en honderdduizenden zijn gevlucht naar buurlanden.

Deze dramatische gevolgen van de Irak-oorlog hebben diepe wonden achter gelaten in de regio. Door de val van Saddam heeft het sjiitische Iran haar machtspositie vergroot. De Iraanse nucleaire ambities moeten dan ook gezien worden in een context waarin het regime in Teheran op zoek is naar een dominantere rol in het Midden-Oosten.

Binnen de overwegend soennitische landen, met name Saudi-Arabië, worden de ambities van Teheran angstig in de gaten gehouden. Deze angst verklaart dan ook waarom de Golfstaten de bevriende koning van Bahrein hielpen met het neerslaan van de Bahreinse revolutie. Op dit kleine eiland in de Perzische Golf wordt de sjiitische meerderheid stelselmatig gediscrimineerd en onderdrukt door een soennitische minderheid. En ook deze dictator krijgt daarin steun van het Westen. Geen hond in Washington, Londen of Parijs die zich druk maakt om
democratie in Bahrein.

De erfenis van de Irak-oorlog is niet het begin van een democratiseringsproces in het Midden-Oosten, maar leidde vooral tot meer geweld en de groei van Al Qaida. De pogingen van de neo-conservatieven om de Irak-oorlog te presenteren als de kiem van de Arabische opstanden is niets anders dan een staaltje oriëntalistische geschiedvervalsing.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s