Consequences Iraq war for democracy and sectarianism

My latest article (in Dutch, apologies to my global audience!) features an analysis of the Iraq war which cemented sectarianism instead of pro-democracy movements. It was published by De Volkskrant.

Deze week is het negen jaar geleden dat een door de Verenigde Staten geleide ‘coalitie van welwillenden’ buiten de VN-veiligheidsraad om Irak binnenvielen. De invasie van de door de megalomane dictator Saddam Hussein geleide oliestaat zou niet alleen de wereld veiliger maken, maar ook democratie verspreiden in het Midden-Oosten. Dit was althans de motivering van George W. Bush voor de noodzaak van militaire interventie.

Sinds de Arabische Lente is een vaker gehoord argument dat de Irak-oorlog de Arabieren voorhield dat haar dictators omver te werpen zijn. De val van Saddam Hussein zou dan ook bijgedragen hebben aan de val van Ben Ali, Mubarak en Gaddafi, aldus sommige adepten van de Bush-regering. De beroemde neo-conservatief Christopher Hitchens beargumenteerde zelfs dat zonder Irak-oorlog de Arabische Lente nooit plaats zou hebben gevonden.

Maar als de val van Saddam bijgedragen zou hebben aan het verzet tegen de Arabische dictaturen, waarom zou de veelbesproken ‘lente’ dan pas een jaar oud zijn? Een antwoord op deze vraag blijven de neo-conservatieven nog altijd schuldig.

Hamas
Irak hield haar eerste verkiezingen in 2005. Een jaar later waren er vrije verkiezingen in de bezette Palestijnse gebieden. De eerste tekenen van democratie in Arabische landen waren dus al halverwege het vorig decennium zichtbaar. Deze voorbeelden werden echter grotendeels voor kennisgeving aangenomen in de rest van de regio en het Tahrirplein bleef leeg.

Dat Westerse landen de vrije Palestijnse parlementsverkiezingen – verrassend en overtuigend gewonnen door Hamas – negeerden, leidde alleen maar tot meer argwaan in de regio over de Westerse nadruk op het belang van democratie. Bij de meeste Arabieren bevestigde dit het diepgewortelde geloof dat Amerika en haar bondgenoten helemaal geen democratie willen brengen, maar alleen waarde hechten aan het controleren en onderdrukken van de regio uit eigen gewin.

De Irak-oorlog bracht dan ook geen democratie naar de regio maar versterkte slechts twee reeds bestaande sentimenten: haat jegens Amerika en vooral sektarische belangen.

Spindoctors
Binnen de soennitische minderheid in Irak, die jarenlang een voorkeurspositie genoot onder het bewind van Saddam, ontstonden gewapende milities die – uit een mix van angst en wraak – aanslagen pleegden tegen de sjiitische bevolking. Ook Al Qaida kreeg voet aan de grond en Irak werd in plaats van een voorbeelddemocratie voor de regio een kruitvat op de rand van een burgeroorlog. Voorafgaand aan de invasie was er geen aanwezigheid van Al Qaida in Irak, al deden de spindoctors van de neo-conservatieven wel hun best ons dit te doen geloven.

Deze ontwikkelingen zorgden ook voor militarisering van de sjiieten onder leiding van geestelijk leider Muqtada al-Sadr. Na de invasie richt hij het Mahdi-leger op ter bescherming van zijn wijk Sadr-city, een sloppenwijk waar zo’n twee miljoen grotendeels arme sjiieten wonen. Deze militie heeft op haar hoogtijdagen rond de 40- tot 60-duizend man tot haar beschikking en richt zicht ook steeds vaker tegen de Iraakse interim-overheid en de Amerikaanse bezetter.

Sektarisch geweld was vooral rond 2006 aan de orde van de dag en speelt nog steeds een dominante rol in het publieke leven in Bagdad en enkele andere Iraakse steden. Inmiddels heeft het sektarische geweld tienduizenden burgers het leven gekost. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR schat dat twintig procent van de bevolking op de vlucht is geslagen. Dit zijn de kille cijfers die, meer dan de opkomst bij de verkiezingen, de geschiedenisboeken in zullen gaan.

Iran
Daarnaast hebben de interne ontwikkelingen in Irak haar sporen achter gelaten in de regio. Door de val van Saddam heeft het sjiitische Iran haar machtspositie vergroot. De Iraanse nucleaire ambities moeten dan ook gezien worden in een context waarin het regime in Teheran op zoek is naar een dominantere rol in het Midden-Oosten.

Binnen de overwegend soennitische landen, met name Saudi-Arabië, worden de ambities van Teheran angstig in de gaten gehouden. Deze angst verklaart dan ook waarom de Golfstaten de bevriende koning van Bahrein hielpen met het neerslaan van de Bahreinse Arabische Lente. Op dit kleine eiland in de Golf wordt de sjiitische meerderheid stelselmatig gediscrimineerd en onderdrukt door een soennitische minderheid en Riyad ziet maar al te graag dat dit zo blijft. Daarom stuurde de Saudi’s een jaar geleden een peloton tanks naar de Bahreinse hoofdstad Manamah om de geweldloze demonstraties neer te slaan.

De erfenis van de Irak-oorlog is dan ook niet het begin van een democratiseringsproces in het Midden-Oosten maar versterkte vooral de reeds diepgewortelde sektarische angsten en belangen. De Arabische Lente zal zich dan ook voornamelijk afspelen langs deze lijnen.

Anno Bunnik is politicoloog en Midden-Oosten deskundige. Hij is te volgen: @Eurabist

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s